Dem Familienrat, het wereldhuis

Theodor Herzl haalt in zijn dagboeken ettelijke keren “Dem Familienrat” aan. Hij schrijft dan brieven aan hen in zijn dagboeken waarin hij zijn gedachtegoed ontvouwt en toezeggingen doet. Met deze “Familienrat” wordt het wereldhuis van de familie Rothschild bedoeld. Deze raad wordt door Herzl aangeschreven als “familie”. Herzl schrijft ook redes aan de Rothschilds. In het eerste deel van de Duitse uitgave van de dagboeken van Theodor Herzl wordt Rothschild zo'n 96 keer genoemd. Daarbij worden Albert Rothschild en Edmund Rothschild persoonlijk genoemd. In zijn berichten aan Rothschild of de “Familienrat” doet Herzl toezeggingen in de context van van de realisatie van zijn plan: totaal oplossen van het Jodenvraagstuk. Ook onthult Herzl, die journalist is, feiten over de “Familienrat” die een heldere kijk geven op de (wereld)geschiedenis.

Theodor Herzl schrijft 15 juni 1895 in zijn dagboeken een uitgebreid epistel aan de familie. Daarin beschrijft Herzl dat “de beweging” tot leven komt zodra hij (Herzl) zijn idee meedeelt aan het publiek. Herzl noemt het “Welthaus” van de familie Rothschild een groot gevaar voor de wereld want het commandeert de legers der grote machten met het bezit, ongeacht de tegenstrijdige belangen der Naties.i Daaruit spreekt grote minachting van het “Welthaus” voor de mensheid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorts constateert Herzl dat de familie Rothschild de bevoegdheden niet bezit en in de positie is om de buikriem van drie miljoen soldaten aan te trekken. De “schatkisten” van de familie moeten overal goed worden beveiligd tegen de mensen die nog niet alles weten, aldus Herzl in zijn dagboeken over de familie Rothschild in 1895.

 

 

 

 

 

Herzl doet in zijn dagboeken aan de Rothschilds de belofte de familie nogmaals, een laatste keer, te verrijken wanneer de Rothschilds met de groep van Herzl meedoen.ii Herzl belooft de Rothschilds groter te maken dan in de dromen van de 'bescheiden' grondlegger van het Wereldhuis en zijn trotste kleinzoon.

 

 

 

 

Het Wereldhuis van de familie Rothschild wordt groot gemaakt want de eerst heerser wordt gekozen uit het Wereldhuis van de familie Rothschild. Volgens Herzl is dat de “stralende lantaarn” die zij op de top van de Eiffeltoren van Hun Fortuin laten zetten. Volgens Herzl zal het in de geschiedenis lijken alsof dat het doel was van het gehele gebouw:iii

 

 

 

 

 

Herzl schrijft 15 juni 1895 in zijn dagboeken aan de “Familienrat” van de Rothschilds dat om het begrijpelijk te maken voor de mensen, ideeën van het soort als van Herzl (Endlösung Judenfrage) eenvoudig gepresenteerd moeten worden met aansprekende symbolen. Daarom zal iedereen gekleed zijn in gala wanneer “we” in processie gaan naar de Tempel om de Vorst te kronen. Volgens Herzl zal alleen een man uit 'hun' midden het gewaad dragen van een middeleeuwse Jood met gele badge, en die persoon zal de Vorst zijn. Eerst in de Tempel zal de groep van Herzl (“wir”) een prinselijke mantel om zijn schouders doen en een kroon op zijn hoofd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de daarop volgende alinea bevestigt Herzl dat een Rothschild “unser Fürst” (Vorst) zijn zal. Nasi (נָשִׂיא) is een Hebreeuwse titel die prins betekent in het oude Hebreeuws, maar ook voorzitter in modern Ivriet. Historisch gezien was de Nasi de voorzitter van het Sanhedrin.iv

 

 

 

 

 

De profetische woorden van Theodor Herzl dat de familie Rothschild de Vorst levert van het volk van de de Staat waarvoor Herzl het fundament legt moet gerelateerd worden aan de oude ambitie van de familie om als Vorst te regeren over alle Joden en moet gerelateerd worden aan de voorspelling in Ezechiël 44:2­3. Dat de familie Rothschild de ambitie bezit te regeren als Vorst over alle Joden kan blijken uit een publicatie in the Columbian Star (Philidelphia), van zaterdag 28 november 1829.v Daarin staat:

It is stated that Baron Rothschild, the celebrated London Jewish Banker, is about to purchase all Palestina the Holy Land, including Jerusalem, as a Kingdom for the Jews, over whom he is to be the king.

In Ezechiël 44:2-3 staat:vi

(44:2) En de HEERE zeide tot mij: Deze poort zal toegesloten zijn, zij zal niet geopend worden, noch iemand door dezelve ingaan, omdat de HEERE, de God Israëls, door dezelve is ingegaan; daarom zal zij toegesloten zijn.

(44:3) De vorst, de vorst, die zal in dezelve zitten, om brood te eten voor het aangezicht des HEEREN; doorden weg van het voorhuis der poort zal hij ingaan, en door den weg van hetzelve zal hij uitgaan.

Deze poort” in Ezechiël 44:2-3 is de actuele Golden Gate van de Tempelberg te Jeruzalem. Als “overste” moet hier verstaan worden de hogepriester (Jeremia 35 vers 4), afbeeldende de Heere Christus, als den enigen Hogepriester, insgelijks Vorst, Prins en Koning (Ezechiël 34:22, 23vii).

 

i Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 186.

ii Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 187.

iii Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 188.

vi Voor Bijbelse citaten is gekozen voor de Nederlandse Statenvertaling.

viiEn Ik, de HEERE, zal hun tot een God zijn, en Mijn Knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen; Ik, de HEERE, heb het gesproken” – denk hierbij ook de symboliek van de David Ster.

Share |
comments powered by Disqus