Endlösung der Judenfrage

Theodor Herzl schrijft in zijn dagboeken 22 november 1895 dat het zijn doel is de Werelddiscussie over het Jodenvraagstuk te “prikkelen”.i

 

 

 

Theodor Herzl schrijft in zijn dagboeken 13 juni 1895 zijn brief aan “de familieraad” waarin hij stelt dat de enige mogelijk, finale en succesvolle oplossing van het Jodenvraagstuk een miljard Frans kost:ii

 

 

 

Theodor Herzl schrijft in zijn dagboeken 15 december 1895 dat de afwezigheid van recht en menselijkheid in het internationaal verkeer het Jodenvraagstuk tot internationaal vraagstuk maakt.iii

 

 

 

 

Theodor Herzl publiceert in de Britse 'the Jewish Chronicle' 17 januari 1896 het artikel 'A Solution to the Jewish Question'. Daarin schrijft hij onder andere antisemitisme te begrijpen en het te zien als een vorm van gerechtvaardigde zelfverdediging.

 

 

 

 

 

 

Eerder op Pinksteren 1895 (Pinksteren wordt in de christelijke kerk gemarkeerd als het begin van de uitstorting van de Heilige Geest en daarmee het begin van de christelijke kerk) schrijft Theodor Herzl in zijn dagboeken dat hij sinds twee jaar het Jodenvraagstuk met hulp van de Katholieke Kerk in ieder geval in Oostenrijk wil oplossen.iv

 

 

 

Theodore Herzl schrijft in zijn dagboeken op 26 mei 1895 dat wanneer wij nu een verenigd politiek Leiderschap hebben, waarvan de Noodzakelijkheid niet te bewijzen is, en geen geheim genootschap vertegenwoordigt – wanneer we deze Leiding hebben, kunnen wij de Oplossing van het Jodenvraagstuk (van alle kanten) benaderen.v

 

 

 

 

 

Door “Lösung der Judenfrage” te relateren aan een leider waarvan de noodzakelijkheid niet bewezen is wekt Theodor Herzl in 1895 reeds associaties met een persoon als Adolf Hitler. Hierin moet de voorafschaduwing van Hitler gezien worden. Wanneer de groep van Theodor Herzl een politieke leiding heeft die niet geheim is en waarvan de noodzakelijkheid niet bewezen kan worden, dan kunnen zij de Oplossing van het Jodenvraagstuk van alle kanten benaderen. Hitler is hierin duidelijk te herkennen. Het is geen toeval dat Hitler is gefinancierd door de familie van de patroon van de groep van Theodor Herzl zoals hierna zal worden aangetoond. Deze familie had middels de onderneming ook het concentratiekamp Auschwitz in bezit.

Theodor Herzl schrijft in zijn dagboeken 08 juni 1895 dat het Jodenvraagstuk met een grote “verzoeningsfinale” opgelost wordt:vi

 

 

 

Theodor Herzl verwijst hier expliciet naar Jom Kippoer (Grote Verzoendag) wat eindigt met een brandoffer (Holocaust). “Versöhnung” betekent “verzoening”. “Großer” betekent “groot”. “Ausklang” betekent “slotsuk”. In deze zin in zijn dagboeken 08 juni 1895 is door Theodor Herzl bepaald dat een Holocaust het sluitstuk is van de “Endlösung der Judenfrage”.

Theodor Herzl schrijft in zijn dagboeken op 09 juni 1895 dat de groep van Theodor Herzl (“wir”) een miljard “offeren” voor de “Lösung der Judenfrage”:vii

 

 

 

Theodor Herzl schrijft 12 juni 1895 dat die dag bij hem de gedachte opkomt dat hij veel meer dan het Jodenvraagstuk oplost.viii

 

 

 

Theodor Herzl schrijft in zijn dagboeken 19 juni 1895 dat hij gelooft dat hij de “Lösung der Judenfrage” gevonden heeft. “De” oplossing en niet “een” oplossing:ix

 

 

 

 

 

Theodor Herzl schrijft 13 juni 1895 aan “dem Familienrat” dat hij en zijn groep (“wir”) het Jodenvraagstuk oplossen terwijl zij het vermogen van de rijke Joden “herstellen”:x

 

 

Theodor Herzl schrijft in zijn dagboeken 28 juni 1895 een brief aan Albert Rothschild dat hij (Herzl) een memorandum over het Jodenvraagstuk voor de Duitse Keizer heeft geschreven:xi

 

 

Het is interessant te vermelden dat de woorden combinatie “Endlösung der Judenfrage” of “Lösung der Judenfrage” géén enkele keer voorkomt in Mein Kampf van Adolf Hitler, terwijl het voorts de kern is van de publicaties van Theodor Herzl en Herzl tevens benadrukt dat hij (Herzl) de enige echte “finale” oplossing gevonden heeft.

i Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 119.

ii Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 148.

iii Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 327.

iv Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 7-9.

v Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 23.

vi Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 47.

vii Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 58.

viii Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 106.

ix Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 131.

x Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 148.

xi Theodor Herzls Tachebücher, 1895-1904 Drei Bände, Erster Band, Jüdischer Verslag, Berlin, 1922, p 216.

Share |
comments powered by Disqus